kPNI

kPNI staat voor klinische psycho-neuro-immunologie. Het is een wetenschap die zich bezighoudt met de oorzaken van chronische ziektebeelden. De kPNI bestudeert de interacties tussen lichaamsystemen, zoals de wisselwerking tussen de psyche, het zenuwstelsel, het immuunsysteem en hormonale stelsel.

kPNI houdt zich bezig met de integratie van tal van specialismen. Het put uit de psychologie, de neurowetenschappen, immunologie, endocrinologie en klinische geneeskunde.

In de kPNI heeft men aandacht voor alle werkingsmechanismen die een rol spelen bij de ontwikkeling van chronische syndromen en ziektebeelden. Het onderzoekt de invloed van tal van factoren op de werking van ons brein en lichaam, zoals psychosociale factoren, beweging, voeding, stress, slaap, bacteriën en andere ziekteverwekkers.

kPNI is een leefstijlgeneeskunde

De reguliere geneeskunde richt zich op het bestrijden van (chronische) ziektebeelden door middel van medicatie. Dankzij medicatie hebben mensen vaak minder last van hun symptomen. De oorzaak van de symptomen wordt echter meestal niet bestreden, waardoor de inname van medicatie vaak een levenslang lot is. Helaas hebben medicijnen regelmatig bijwerkingen en is de veiligheid ervan omstreden of niet altijd bekend, zeker niet op de lange termijn en in combinatie met andere medicijnen. Daarnaast behandelen medicijnen niet de oorzaak van de kwaal, maar het symptoom. De oorzaak is meestal gelegen in een combinatie van factoren, zoals veranderingen in de (darm)flora, voedingstekorten, intoleranties, gebrek aan lichaamsbeweging en chronische stress. De gevoeligheid om een ziekte te ontwikkelen heeft te maken met (epi)genetica. De leefomstandigheden tijdens de zwangerschap en de eerste achttien levensjaren hebben een grote invloed op de ziektegevoeligheid later in het leven.

Voedingstekorten of roken tijdens de zwangerschap, een traumatische bevalling of keizersnede, onveiligheid, trauma of verwaarlozing en antibioticagebruik in het vroege leven. Het zijn allemaal voorbeelden van oorzaken waardoor de ziektegevoeligheid toeneemt vanwege genetische programmering van het immuunsysteem en stress-assen. Het is zelfs gebleken dat de leefomstandigheden van je voorouders tot zes generaties terug nog invloed hebben op de activiteit van je eigen DNA.

Veranderingen in de leefstijl om de oorzaken te behandelen

De kPNI richt zich op het behandelen van de oorzaken (meestal meer dan één) door middel van het zoeken van aanpassingen in de leefstijl. Maar ook door het corrigeren van stoornissen in lichaamssystemen die de grootste impact hebben op de symptomen of het ziektebeeld. Denk daarbij vooral aan veranderingen in de voeding, beweging, ontspanning, slaap en het bioritme aangevuld met supplementen en oefeningen.

kPNI is een systeemtherapie en heeft een holistische benadering

De kPNI legt alle relaties en samenwerkingsverbanden tussen diverse systemen en organen in ons lichaam bloot. Het stelt vast wat de onderlinge wisselwerkingen zijn tussen onze hormonen, het afweersysteem en het brein en perifere zenuwstelsel. Deze systemen reguleren onze orgaanstelsels zoals onder andere hart- en vaat-, ademhalings-, spijsverteringstelsel en het bewegingsapparaat. Een symptoom dat chronisch aanwezig is houdt meestal verband met stoornissen in diverse systemen. Het lichaam slaagt er niet in om het natuurlijk gezonde evenwicht te herstellen.

Homeostase, verdeling van energie in balans

In een gezond lijf wordt energie evenwichtig verdeeld. Eerdergenoemde systemen proberen ons altijd in leven te houden. In een gezond lijf zijn alle cellen, weefsels en organen om de beurt actief om hun werk te doen. Er is sprake van een evenwichtige verdeling van energie (calorieverbruik). Dit noemen we homeostase.

Wanneer iemand chronische symptomen ontwikkelt, is dat een teken dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden in deze energieverdeling. Sommige orgaansystemen zijn dan méér actief dan andere. Het lichaam slaagt er niet goed meer in het gezonde evenwicht te vinden.

Chronische ontstekingen als basis voor ziekte

Vaak zijn díe systemen overactief die voor je overleving belangrijk zijn. Denk aan het immuunsysteem, dat verantwoordelijk kan zijn voor chronische ontstekingen in je lichaam. Het immuunsysteem verbruikt daarbij continu energie en kan daardoor de oorzaak zijn van tal van klachten.

Tegelijkertijd steekt het lichaam daarmee minder energie in processen die niet direct voor je overleving belangrijk zijn. Zoals de opbouw van je botten, spieren, huid en haar. Er treedt langzaam degeneratie op van onder andere gewrichten, botten en bloedvaten. Een tekort aan energie kan zich ook uiten in vermoeidheid en psychologisch onwel voelen.

Achter elke complexe klacht schuilt een tijdlijn van gebeurtenissen

Een chronische aandoening ontwikkel je niet van vandaag op morgen, maar is een geleidelijk proces. De kPNI beschouwt dit proces als een film aan gebeurtenissen. De ziekte is als het ware de foto van het huidige moment. De klassieke geneeskunde houdt zich bezig met het behandelen/managen van de foto. De oplossing zit in het behandelen van de film achter de foto. Tijdens een kPNI-consult worden alle bekende risicofactoren in een tijdlijn van het leven in kaart gebracht. Bepaalde gevoeligheden kunnen al in de genen opgeslagen liggen. Omgevingsfactoren vroeg of later in het leven ‘halen de trekker over’. Meestal draagt een optelsom van factoren, of meerdere oorzaken, bij aan de ontwikkeling van een ziektebeeld of complex symptoombeeld.

Stress kan veroorzaakt worden door diverse domeinen in het leven

Het lichaam en het brein kunnen blootstaan aan verschillende vormen van stress. We maken onderscheid tussen bijvoorbeeld cognitieve-, emotionele- of sociale stress, mechanische stress, thermische stress, biochemische stress et cetera. Psychosociale stress heeft een andere uitwerking dan een fysieke vorm van stress en dient ook anders behandeld te worden. Een complexe klacht kan door meerdere vormen van stress beïnvloed worden.

Voorbeeld: depressie

Een depressie wordt gekenmerkt door een stoornis in de overdracht van de boodschapperstof serotonine. We maken onderscheid tussen een psychogene depressie, een immunologische depressie, een genetische depressie en een stofwisselingsdepressie. Een combinatie van deze vormen is ook mogelijk.

Bij een genetische depressie ligt de gevoeligheid voor een depressie vast in de genen. Serotonine wordt geproduceerd door enzymen, die bepaalde bouwstoffen nodig hebben. Kleine tekorten van deze bouwstoffen in de voeding kunnen er bij mensen met deze klachten al voor zorgen dat de aanmaak van serotonine tekortschiet.

Bij een immunologische depressie wordt het enzym dat serotonine maakt geremd door signaalstoffen die door het immuunsysteem geproduceerd worden. Daarom voelen we ons allemaal wat neerslachtig tijdens een griepje. Chronische ontstekingen kunnen via dit mechanisme een depressie in de hand werken. Deze ontstekingen kunnen op hun beurt het gevolg zijn van voedselintoleranties, stress, infecties, tekort aan slaap et cetera.

Depressie komt ook voor bij mensen zonder ontstekingen, maar bij wie de verbranding van lichaamsvet zeer moeilijk gaat. Dit noemen we een stofwisselingsdepressie. Deze vorm zien we veel bij fibromyalgie of schildklierstoornissen. Daarbij is de persoon in kwestie continu vermoeid en moet zijn energie halen uit de zogenaamde anaerobe stofwisseling van suikers. Hierbij komt al melkzuur vrij terwijl de persoon in rust is of slechts een lichte inspanning verricht. Het gevormde melkzuur maakt moe, geeft pijnlijke spieren en kan depressieve gevoelens uitlokken.

Voeding, stress en beweging hebben altijd een grote invloed. Tekorten aan bepaalde nutriënten, chronische ontstekingen of veranderingen in de darmflora kunnen leiden tot stoornissen in de overdracht van serotonine. De gevoeligheid voor het krijgen van een depressie kan genetisch bepaald zijn, maar ook verworven zijn door traumatische gebeurtenissen in de jeugd. Trauma of verwaarlozing kan een grote invloed hebben op de activiteit van de genen die te maken hebben met de aanmaak van en gevoeligheid voor stresshormonen en neurotransmitters (epigenetica).

Kortom
Bij elke aandoening kijkt de kPNI-therapeut naar diverse vormen van stress op het lichaam en onderzoekt welke stresscomponenten de grootste impact hebben op de persoon in kwestie.

De mens als soort en zijn omgeving

De kPNI zoekt naar evolutionaire verklaringen voor de ontwikkeling van ziektebeelden. Voor elke diersoort geldt dat hij zich evolutionair heeft aangepast aan bepaalde omgevingsfactoren. Een leeuw is goed aangepast aan de savanne, maar zou niet overleven op de Noordpool. Als de omgeving aansluit bij de genetische verwachting van het dier is er geen conflict. Veruit het grootste deel van onze tijd op deze aarde hebben we geleefd als jager-verzamelaar. De snelheid waarmee onze wereld vandaag de dag verandert is voor onze genen niet meer bij te houden. We zijn daarom als mens niet optimaal aangepast aan de huidige leefomstandigheden. Dit creëert een conflict tussen onze genetische verwachting en de actuele leefomgeving.

De mens als individu en zijn omgeving

Ieder mens heeft net als een ijsbeer of leeuw een ‘soortspecifieke verwachting’ ten aanzien van zijn leefomgeving, maar is daarnaast ook uniek. Naast onze eigen unieke genen hebben we ook een eigen persoonlijkheid met unieke wensen over hoe ons leven er idealiter uit hoort te zien. Een relatie, baan of woonsituatie die daar niet goed bij aansluit kan een belangrijke mismatch vormen en stress veroorzaken.

Mentale en fysieke veerkracht vergroten voor een grotere flexibiliteit

Een kPNI-therapeut zoekt naar oplossingen om de context (de omgeving) te laten aansluiten bij de text (de persoonlijkheid). Soms kunnen we onze omgeving niet veranderen. Dan is het zaak om de text flexibeler te maken.

Een flexibele geest is in staat is zich gemakkelijk aan te passen aan onverwachte gebeurtenissen. Ook een gezond lichaam kan zich goed aanpassen aan veranderingen in de omgeving. Dit noemen we stresstolerantie, veerkracht of aanpassingsvermogen. Met oefeningen is zowel de mentale als de fysieke veerkracht te vergroten.

Ziektebeelden en klachten

Een kPNI-therapeut kan helpen bij onderstaande* (groepen) ziektebeelden en klachten:

  • Auto-immuunziekten zoals bijvoorbeeld reuma, Bechterew, colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, hasjimoto, diabetes type 1 en MS.
  • Hart- en vaatziekten: hoge bloeddruk, hoog cholesterol.
  • Diabetes 2 (suikerziekte) en hypoglycemie.
  • Overgewicht, insuline resistentie, leververvetting.
  • Schildklieraandoeningen.
  • Prikkelbaar darmsyndroom, spastische darm.
  • Verteringsstoornissen, brandend maagzuur.
  • Astma, COPD, chronische luchtweg- en KNO-infecties.
  • Depressie, stemmingswisselingen, concentratie- of geheugenverlies.
  • Vermoeidheid, CVS, ME, burn-out.
  • Fibromyalgie, pijnklachten.
  • Overgangsklachten.
  • Menstruatieklachten, PMS.
  • Chronische ontstekingen aan pezen, slijmbeurzen en gewrichten.
  • Herhaaldelijke blessures en/of een slechte blessure- of wondgenezing.
  • Jicht, pseudojicht, artritis en artrose (gewrichtsslijtage).
  • Osteoporose (botontkalking).
  • Huidaandoeningen zoals acné, eczeem en schimmelinfecties.
  • ADHD, Alzheimer, Parkinson.
  • Hoofdpijn, migraine.

* Deze lijst is niet volledig. Als je vragen hebt over je klachten, twijfel dan niet om contact op te nemen.

Filosofie

Maak een afspraak

of vraag meer informatie aan


Wij zijn aangesloten bij de beroepsvereniging MBOG.

Loading...
Loading...

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit. Dolore, velit?

ok

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit. Dolore, velit?

okannuleren

Dummy popup

Loading...
Image

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.