Orthomoleculaire geneeskunde

Orthomoleculaire geneeskunde

Een orthomoleculair-therapeut adviseert over leefstijl en voeding en kan adviseren omtrent het gebruik van voedingsstoffen, veelal in de vorm van supplementen. Een gezond voedingspatroon vormt altijd de basis, al kan het nodig zijn om extra aanvulling te zoeken in supplementen.

Je kunt bij het CVL terecht voor orthomoleculaire geneeskunde volgens de kPNI

Waarin verschilt orthomoleculair voedingsadvies van regulier voedingsadvies?

Orthomoleculair-therapeuten hanteren niet per definitie de schijf van vijf. Kenmerkend is dat er individueler naar de behoeften van een cliënt wordt gekeken. In de orthomoleculaire geneeskunde kijkt men specifieker naar de samenstelling van elk voedingsmiddel. Naast calorieën uit de koolhydraten, eiwitten en vetten (macronutriënten) bevat gezonde voeding ook verschillende soorten vezels en verscheidene andere voedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen, sporenelementen (micronutriënten) en plantenstoffen (fytonutriënten).

Een orthomoleculair therapeut zal zeer gedetailleerd kijken welke voeding en andere leefstijlfactoren het meest of minst geschikt zijn voor een bepaald klachtenbeeld. De werkzame stoffen in een voedingsmiddel kunnen positieve of nadelige effecten hebben op lichaamssystemen.

Enkele voorbeelden van positieve effecten van sommige voedingsmiddelen op het lichaam

  • Voedingsmiddelen rijk aan tryptofaan (haver, banaan, zaden, tonijn, gevogelte) bevorderen de stemming en slaap.
  • Voedingsmiddelen rijk aan magnesium (noten, bladgroenten, algen, cacao) dragen bij aan ontspanning van spieren en bloedvaten.
  • Voeding rijk aan inuline (cichorei, aardpeer, zoete aardappel, schorseneer en artisjok) kan helpen bij het herstellen van de darmflora.
  • Sommige voeding bevat veel ontstekingsremmende stoffen (gember, kurkuma, vette vis) waardoor ze onder andere gewrichtsklachten kunnen verminderen.
  • Sommige voeding is rijk aan antioxidanten (bosvruchten, mangosteen, groene thee) waardoor ze onder andere de hersenen beschermen.

Enkele voorbeelden van negatieve effecten van sommige voedingsmiddelen op het lichaam:

  • Fructoserijke voeding (tafelsuiker, snoep, frisdrank, verpakt voedsel) kan bijdragen aan diabetes, leververvetting en jicht.
  • Voedingsmiddelen rijk aan lectinen (peulvruchten, pinda’s, granen) kunnen bijdragen aan darmklachten en auto-immuniteitsproblemen.
  • Histaminerijke voeding (wijn, bier, oude kaas, vlees(waar), vis, worst, tomaat) kan bijdragen aan allergische klachten en migraine.
  • Glutamaatrijke voeding (zoutvervangers, afhaalchinees, E621) kan zorgen voor overprikkeling van de hersenen en de darmen.
  • Calorierijke, vezelarme voeding (frituur, snoep, chips, witbrood, gebak) kan ongunstige verschuivingen in hormonen en de darmflora veroorzaken met gewichtstoename als consequentie.

Bij welke klachten kan orthomoleculaire geneeskunde worden toegepast?

Een historische uitspraak van Hippocrates, de grondlegger van de geneeskunde, was: 'laat voeding uw medicijn zijn'. Hij zag al in dat al onze cellen voedingsstoffen nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Sterker nog, al onze lichaamscellen en weefsels worden opgebouwd uit het voedsel dat we eten! Het ene lichaamsweefsel vernieuwt zich sneller dan het andere, maar uiteindelijk worden er dagelijks triljoenen cellen afgebroken en weer opgebouwd. Je voedingskeuze bepaalt of je lichaam optimaal in staat is om weefsels en cellen te herstellen of vernieuwen en of je wordt opgebouwd uit kwalitatieve grondstoffen of niet.

Een sterk huis maak je van bakstenen en cement, een huis van gips wordt broos en kwetsbaar. Dit geldt ook voor het huis waar we ons hele leven in wonen: ons lijf.

Een orthomoleculair-therapeut kijkt dus welke specifieke voedingsstoffen nodig zijn om het weefsel dat klachten vertoont goed te laten functioneren. Daarnaast wordt voeding met een negatieve impact op het klachtenbeeld afgeraden.

Botten hebben andere voedingsstoffen nodig dan hersenen, spieren of darmcellen.

Achter veel klachten schuilen hormonale veranderingen en/of ontstekingen. Een tekort aan bepaalde hormonen kan ertoe leiden dat weefsels niet goed opgebouwd worden. Denk aan het verlies van oestrogeen na de overgang of aan osteoporose. Geslachtshormonen (oestrogeen, progesteron, testosteron) zijn ook nodig voor het behoud van een gezond brein. Groeihormoon, testosteron en insuline spelen een belangrijke rol in de groei en reparatie van spieren en bindweefsels. Voeding heeft op veel manieren een gunstige of ongunstige invloed op onze hormonale huishouding. Chronische ontstekingen kunnen ook leiden tot veranderingen in de hormonale huishouding en kunnen het vernieuwingsproces van cellen belemmeren. Lees hier meer over chronische ontstekingen.

Een orthomoleculair-therapeut kijkt hoe met voedingsaanpassing en -aanvulling de werkingsmechanismen achter de klachten aangepakt kunnen worden.

Je kunt dus voor tal van klachten terecht bij een orthomoleculair-therapeut.

Voedingssupplementen

Voeding schiet vaak te kort. Voedingssupplementen ondersteunen de therapie en kunnen noodzakelijk zijn om:

  • specifieke tekorten aan te vullen, zoals vitaminen, mineralen, vetzuren en aminozuren.
  • werkingsmechanismen te activeren die het klachtenbeeld gunstig beïnvloeden, zoals het remmen van ontstekingen of verbeteren van de aanmaak van bepaalde hormonen. Of het vergroten van de gevoeligheid van receptoren voor hormonen en het stimuleren van de aanmaak van weefsel.
  • een gedragsverandering makkelijker te maken, bijvoorbeeld doordat een supplement meer energie geeft.
  • de nieuwe gewoonten te consolideren in de activiteit van specifieke genen (epigenetica).
  • uit preventief oogpunt in de toekomst problemen te voorkomen.

Een orthomoleculair-therapeut adviseert meestal om een basissuppletie aan te houden. Daarnaast kan geadviseerd worden (tijdelijk) bepaalde middelen te gebruiken om bepaalde systemen te repareren, ondersteunen, remmen of activeren.

Wat is het verschil met een kPNI-therapeut?

Een kPNI-therapeut heeft na de orthomoleculaire geneeskunde nog drie jaar doorgestudeerd op de werkingsmechanismen achter specifieke chronische ziekten. De kPNI geeft een enorme verdieping in de kennis over welke individuele oorzaken er schuilen achter ziektebeelden. Denk naast voeding aan genetica, epigenetica, psychosociale factoren, microben, specifieke tekorten of verbanden met voedsel. Chronische aandoeningen zijn veelal poly-causaal. Dat wil zeggen dat er niet slechts één oorzaak voor bestaat, maar een scala aan oorzaken. Deze oorzaken geven een verschuiving in hoe onze organen, hersenen, immuunsysteem en hormonen functioneren waardoor op termijn een ziektebeeld ontstaat.

Filosofie

Maak een afspraak

of vraag meer informatie aan


Wij zijn aangesloten bij de beroepsvereniging MBOG.

Loading...
Loading...

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit. Dolore, velit?

ok

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit. Dolore, velit?

okannuleren

Dummy popup

Loading...
Image

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.