
Overgewicht en obesitas, een groeiend probleem

Overgewicht en obesitas, een groeiend probleem
Overgewicht is een groot risicofactor voor tal van ziektebeelden. Maar hoe krijgen we het onder controle? We gaan onder andere in op de oorzaken van obesitas en overgewicht en de invloed van hormonen als leptine en insuline. En we leggen uit waarom het belangrijk is bestaande resistenties voor insuline en leptine te verhelpen, zodat de hersenen weer toestemming geven om energie te verbruiken.
In ons artikel over chronische ontstekingen spraken we over de oorzaken en gevolgen van chronische laaggradige ontstekingen. Ook ons vetweefsel is een belangrijk orgaan dat ontstekingen kan veroorzaken en in stand kan houden.
Zoals onderstaande tabel van het Centraal Bureau voor Statistiek laat zien is er een groeiend percentage van de bevolking dat lijdt aan overgewicht en obesitas (BMI>30).

Wetenschappelijke bronnen
Het huidige (comfortabele) leefklimaat geeft tal van redenen waardoor er hormonale verstoringen en calorie-overschot kunnen ontstaan.
De oorzaken van overgewicht
Bij meer dan de helft van onze bevolking is sprake van overgewicht. Het hebben van overgewicht is dus de norm geworden. Het krijgen van overgewicht heeft diverse oorzaken, waaronder:
- te weinig lichaamsbeweging/een zittend bestaan leiden.
- te hoge calorie-inname, voornamelijk uit bewerkte voeding, rijk aan suiker en/of vet.
- hormonale verstoringen; schildklier, stresshormonen, insuline, leptine.
- hormoonverstorende stoffen in het milieu; plastics.
- te weinig spiermassa, grote spieren verbranden meer calorieën, ook in rust.
- normothermie; altijd dezelfde omgevingstemperatuur (gebrek aan kou). Door kleding en centrale verwarming lijden we geen kou meer. Hierdoor verliezen we een speciaal soort gezonde vetcellen: bruin vet. Bruin vet verhoogt de stofwisseling door het ontstekingsbevorderende wit vet te verbranden. Bij dit proces komt warmte vrij.
- verstoringen in het slaap-waakritme, dit leidt tot verstoringen in het hormonale systeem.
- nadelige veranderingen in de darmflora, die onze stofwisseling ook in belangrijke mate beïnvloeden.
De mens is van oorsprong anders gewend
Ons oorspronkelijke leven beschermde ons tegen overgewicht. We konden alleen voeding eten dat in de natuur voorkomt en dat van nature geen geraffineerde suikers of fabrieksmatige vetten bevat. Om ons eten bij elkaar te sprokkelen moesten we veel (nuchter) bewegen en werden we regelmatig gedwongen om een dag niet te eten. De zon dicteerde ons bioritme en ons milieu was vrij van plastics. We konden ons beschermen tegen de kou door dierenhuiden te dragen en in een grot dicht tegen elkaar aan te kruipen en een vuurtje te stoken. Een centrale verwarming was er niet. Overwinteren betekende: ons wit vet verbranden om onze lichaamstemperatuur constant te houden. Het huidige (comfortabele) leefklimaat geeft tal van redenen waardoor er hormonale verstoringen en calorie-overschot kunnen ontstaan.
Combinatie van vet en koolhydraten is een potente dikmaker
Vetcellen groeien wanneer er een overschot aan calorieën binnenkomt. Deze calorieën worden geparkeerd in ons vetweefsel, zodat we ze weer kunnen aanspreken wanneer er een calorietekort optreedt. Ons vetweefsel is dus als het ware onze voorraadkast wanneer er schaarste is. Suiker kan door de lever worden omgezet in vet en als dusdanig worden opgeslagen.
Vooral de combinatie in de voeding van vet en koolhydraten is een potente dikmaker wanneer er een calorie-overschot is. Koolhydraten, zeker de koolhydraten met een hoog glycemische lading, leiden tot een sterke insuline-afgifte. Insuline is het hormoon dat glucose en vetten opslaat in vetcellen. Zolang insuline in het bloed hoog is, voorkomt het dat je vet kunt afbreken. Je gaat je vet-voorraad pas aanspreken wanneer de calorieën uit je maaltijd verbrandt zijn en je in een negatieve caloriebalans komt.
Vasten om vet te verbranden
Vasten is daarom een potente methode om vet te verbranden. Wanneer je langdurig nuchter bent zijn je insulinespiegels laag. Vetverbranding wordt dan niet ‘tegengewerkt’ door dit hormoon. Zodra je door je opgegeten calorieën heen bent begint de vetverbranding.
Te snelle groei van vetcellen leidt tot ontsteking.
Wanneer er snelle groei van vetcellen plaatsvindt, leidt dit ertoe dat de vetcellen die zich in het centrum van het vetweefsel bevinden minder goed doorbloed worden. Hierdoor ontstaat er een zuurstoftekort (hypoxie) in dit deel van het vetweefsel, waardoor het weefsel afsterft. Dit creëert een ontstekingsproces en insulineresistentie.
Wetenschappelijke bronnen

Verzadigingshormoon leptine
Vetcellen die groeien scheiden het hormoon leptine uit. Leptine is een verzadigingshormoon. Wanneer het de hersenen bereikt, een paar uur na een maaltijd, leidt het tot langdurige verzadiging. Na een maaltijd treedt er ook kortstondige verzadiging op. Enerzijds door het uitzetten van de maag (je zit fysiek echt vol) en anderzijds door het hormoon insuline. Insuline wordt direct na een maaltijd afgegeven en zorgt ervoor dat we ons niet overeten. Voor zowel insuline als leptine kan er resistentie optreden wanneer de bloedspiegels frequent verhoogd zijn. Dit wil zeggen dat receptoren voor leptine en insuline het niet meer goed registreren (ongevoelig worden). Wanneer cellen resistent voor insuline worden, nemen ze daardoor minder goed vet en glucose op. Hierdoor gaat de alvleesklier nog meer insuline produceren: want een te hoog bloedglucose is gevaarlijk.
Insulineresistentie
Insuline is een groeihormoon, waardoor vetcellen nog meer groeien en meer leptine gaan maken (om je te laten stoppen met eten). Langdurig verhoogde leptinespiegels maken de hersenen minder gevoelig hiervoor. Er ontstaat dus een verstoring in het verzadigingscentrum (de hypothalamus) in de hersenen, waardoor iemand hongerig blijft en zich blijft overeten. Alle overtollige energie moet uit de bloedbaan verdwijnen en in het vetweefsel opgeslagen worden. Er treedt dus een vicieuze cirkel op van:
insuline resistentie >> meer insuline productie >> meer vetcelgroei >> zuurstoftekort in vetcellen, toename ontsteking en toename leptine-afgifte >> progressie van insulineresistentie en leptineresistentie >> verstoring van de verzadiging, waardoor nóg meer eten >> nog meer vetcelgroei en ontsteking.
- insulineresistentie zorgt er voor dat je moeilijk verzadigbaar bent na een maaltijd. Je kunt hierdoor hele grote maaltijden eten. Je bloedsuikers gaan fluctueren. Elke keer nadat de glucosepiek in het bloed weer afneemt krijg je weer honger en zin in zoet. En dat al snel na de maaltijd.
- wanneer de hersenen ongevoelig zijn geworden voor het hormoon leptine heb je al na twee uur na een maaltijd weer honger. De langdurige verzadiging werkt dus niet goed. Door gelijktijdige insulineresistentie wordt je trillerig en duizelig. Er komt te weinig glucose in de hersenen en in de spieren, waardoor er ‘cravings’ ontstaan naar zoet voedsel.
Leptine en insuline zijn tevens ontstekingsbevorderend, omdat ze immuuncellen reactiveren. Ze behoren daarom tot de immuunstimulatoren.
De hersenen worden beïnvloed door de resistenties
Bij mensen met obesitas is er een enorme hoeveelheid opgeslagen energie. De hersenen nemen dit echter niet meer waar, door de bestaande resistenties. Hierdoor blijft iemand hongerig en continu op zoek naar voedsel. Omdat de hersenen een tekort aan energie waarnemen geven ze ook geen toestemming meer om te bewegen, je wil niet meer bewegen. En de stofwisseling wordt nog verder vertraagd: insuline stimuleert vetopslag en remt de verbranding van vet.
De hersenen moeten cellen daadwerkelijk ‘toestemming’ geven om energie te verbruiken. Deze toestemming wordt gegeven door productie van het schildklierhormoon en door stimulering van het orthosympatische zenuwstelsel. Het schildklierhormoon T3 stelt een cel in staat om opgeslagen suiker en vet te verbranden: hierbij komt warmte vrij. Het orthosympatische zenuwstelsel activeert bruine vetcellen om de verbranding te verhogen: ook dit creëert warmte. Kouwelijk en energieloos zijn, zijn tekenen dat deze verbranding niet meer efficiënt optreedt.

Verminderde schildklierwerking
Verdere afremming van de schildklier-as door de hersenen leidt ertoe dat er niet meer wordt geïnvesteerd in de groei van haar en nagels. Het lichaam stelt prioriteiten en deze lichaamsfuncties zijn voor de directe overleving minder van belang. Breekbare nagels en dun, uitvallend haar zijn daarom symptomen van een verminderde schildklierwerking. Evenals constipatie: een symptoom van verminderd energieverbruik door darmcellen. Wanneer het lichaam minder gaat investeren in de vruchtbaarheid, kunnen er menstruatiestoornissen optreden.

Hoe kan ik overgewicht en obesitas aanpakken?
In de behandeling van obesitas is het belangrijk om bestaande resistenties voor insuline en leptine te verhelpen. Zodat de verzadigbaarheid normaliseert en de hersenen weer toestemming geven om energie te verbruiken. De hersenen moeten beweging en sporten dus weer toestaan. Kortom: weer zin krijgen in beweging. En ze moeten toestemming geven om energie te verbranden via de schildklier en orthosympaticus.
Intermittent fasting
Intermittent fasting is een veelbelovende strategie om de gevoeligheid voor deze hormonen te herstellen. Echter moet er voor gewaakt worden dat de calorie-inname niet chronisch verlaagd wordt, zoals bij een crashdieet. Een langdurig té lage calorie-inname leidt ertoe dat de hersenen nóg meer energietekort waarnemen en de stofwisseling verder vertragen. Dit is het gevaar van crashdiëten en de oorzaak van het bekende jojo-effect.
Bruin vetweefsel kan geactiveerd worden door korte sessies koude-therapie. Ook het stofje capsaïcine in pepers, cafeïne in koffie en cathechinen in groene thee kunnen bruine vetcellen aansporen om vet te verbranden en warmte te produceren.
Bij obesitas kunnen er grote individuele verschillen bestaan in de achterliggende oorzaken. Overeten is lang niet altijd de oorzaak. Dit blogartikel heeft lang niet alle mogelijkheden besproken. Een op maat gemaakt voedingsplan gecombineerd met bewegingstherapie is daarom altijd een noodzaak. De taak van de kPNI-therapeut is om het hormonaal stelsel te optimaliseren en onderliggende resistenties te behandelen met de juiste interventies. Daartoe behoren intermitterende stressprikkels zoals koude, vasten en hypoxie én de juiste suppletie.
Wetenschappelijke bronnen
Brown Adipose Tissue, Diet-Induced Thermogenesis, and Thermogenic Food Ingredients

Met veel passie zoek ik tijdens een consult de oplossing van de vaak complexe puzzel.Lees meer over Anne-Ruurd